De vrouw met de lamp.

“Why do people sit up so late, or, more rarely, get up so early? Not because the day is not long enough, but because they have no time in the day to themselves.” Florence Nightingale (1820-1910), grondlegger van de moderne verpleegkunde schreef als eerste over het belang van rust, reinheid en regelmaat als basis voor een algehele goede gezondheid. Deze sociale hervormster had een sterk besef van het belang van hygiëne wat ze 'de dienares van de beschaving’ noemde.

Nightingale werd wereldberoemd doordat zij als verpleegster soldaten verzorgde tijdens de Krimoorlog (1853-1856). Omdat ze vaak 's nachts met een lantaarn de ronde deed langs haar patiënten, werd ze bekend als De vrouw met de lamp. Voorafgaand aan deze oorlog wenste ze de opleiding tot verpleegkundige naar een hoger niveau te tillen en na de Krimoorlog zette zij zich in voor onderwijs aan vrouwen en educatie over hygiëne en sanitaire voorzieningen.

Haar invloed heeft vele gezichten. Zo staat ze aan de wieg van de moderne verpleegkunde en opende zij als feministe avant-la-lettre de weg voor de emancipatie van de vrouw. Haar ideeën hebben invloed op Gandhi en Martin Luther King en inspireren Henri Dunant tot de oprichting van het Rode Kruis.

Veel van haar suggesties met betrekking tot ziekenhuisarchitectuur, zoals afzonderlijke afdelingen (paviljoens) om het besmettingsgevaar te verkleinen en het belang van licht en goede ventilatie, zijn gemeengoed geworden. Andere voorstellen zijn nog niet of nauwelijks verwezenlijkt, zoals het belang van preventie ("gezondenzorg is even belangrijk als ziekenzorg") en haar opvatting dat ziekenhuizen elk jaar hun resultaten zouden moeten publiceren opdat die onderling statistisch vergeleken en verbeterd kunnen worden. 

Florence Nightingale schreef in 1920 de Notes of Nurse. Hierin noemt zij zes punten waarop je moet letten voor een goede gezondheid die in Nederland zijn vertaald naar Rust, Reinheid en Regelmaat. “Gun jezelf voldoende rust. Zorg voor een schone en opgeruimde omgeving. Eet en slaap in een vaste regelmaat. Uw lichaam zal u dankbaar zijn. En als vanzelf verschijnt er een brede grijns op uw gezicht.” 

In onze moderne tijd klinkt deze instructie waarschijnlijk ouderwets en saai. Waar we vroeger niet anders wisten, zijn we tegenwoordig allemaal opgevoed met rust, reinheid en regelmaat. Het herhalen van dit denken voelt betuttelend en simplistisch. Een prima methode voor de opvoeding van kleine kinderen maar niet van belang voor ons volwassenen. We gaan liever op zoek naar nieuwe ideeën en kunnen ons moeilijk voorstellen dat Nightingale ons ook aanspreekt.

Toch ben ik van mening dat juist onze samenleving baat heeft bij een hernieuwde waardering voor de wijsheid van ‘de vrouw met de lamp’. Vele van ons hebben in de huidige samenleving een levensstijl die bol staat van onrust, slordigheid en onregelmatigheid. Er is steeds minder regelmaat en ritme in onze samenleving. De publieke aandacht richt zich continue op meer doen, drukte en verandering. We staan nauwelijks stil, zonder richting, in het moment. En ook bij de invulling van ons eigen leven wordt er maar wat aangerotzooid. We eten en slapen wanneer het ons zint, zijn continue in de weer, en leven tegelijkertijd een volledig sociaal leven op onze telefoon. Verslaafd aan doen en constante overprikkeling is de roep van Nightingale nauwelijks hoorbaar.

Er is schijnbaar geen tijd voor onszelf en de ander. We moeten vooruit en onszelf continue verbeteren. Het tempo van handelen is zo opgeschroefd dat een normaal verschijnsel van wachten als irritant wordt ervaren. En als iemand, geheel onverwachts om aandacht vraagt, dan is er een gevoel van overbelasting en ontregeling. We zijn welhaast bang om stil te staan, echt te luisteren, onze aandacht te laten rusten in het hier en nu.

Meer dan ooit is Nightingale actueel in haar denken. We zitten wellicht allemaal schoongewassen aan tafel maar aan rust en regelmaat hebben we nauwelijks een boodschap. Daar is simpelweg geen tijd voor. Uit een vervlogen verleden fluistert Nightingale ons nog barmhartig toe. “Don't let the fear of time passing stand in our way. Time will pass anyway; we might just as well put that passing time to the best possible use."