Niet weten. Niet doen.

‘Die weten, zijn niet geleerd. Die geleerd zijn, weten niet.’ zegt de Chinese wijsgeer Lao-Tze. In tijden van grote verandering is ‘niet weten’ de bron van nieuwe waarde, inzichten en ideeën. Helaas roept ‘niet weten’ bij de meeste mensen een ongemakkelijk en onrustgevend gevoel op. Het bezoemt angst in en versterkt de neiging het eigen niet-weten te ontkennen. We moeten leren het ‘niet weten’ te accepteren. En de moed en rust op te brengen om niet te handelen tot dat een nieuw weten zich aan ons voordoet.

Aanstaande zaterdag spreekt Otto Scharmer bij de School of Life in Amsterdam. Deze invloedrijke leiderschapsdenker stelt dat verandering van mens en organisatie plaats vindt door bewustwording. Door volledig aanwezig en bewust te zijn in jezelf ontstaat de juiste openheid en leegheid om te leren en te veranderen. Scharmer noemt als belangrijkste vaardigheid voor mens en organisaties “to stop, really pay attention, let go of old definitions of identity, let come of new future possibilities and make a connection to one’s Higher Self.”

Stoppen, volledig aandachtig observeren, het laten gaan van oude definitief van identiteit, het toelaten wat er komt en een verbinding met je diepere zelf maken. Al deze kwaliteiten wijzen naar het aanwezig blijven in een bewuste toestand van niet-weten. Scharmer leert ons deze kwaliteiten van het niet-weten in te zetten om vanuit deze leegte open te staan voor diepere inzichten, kennis en handelen. In zijn theorie U - waarin deze weg beschreven wordt - zie ik de denkbeelden terug van de Taoistische denker Zhuang Zi.

Op de bodem van de U verbinden we ons - aldus Scharmer - met de de oorsprong. Deze woordeloze oorsprong noemden de Chinese filosofen vijfentwintighonderd jaar geleden de Tao. Het hart van de wijze. In het open en stil zijn, met vredige mildheid en in eenzame kalmte niets doen, zagen zij de grondervaring van de Tao.

“Daar is het leeg zijn; en uit deze leegte komt volheid, en met de volheid komt volledigheid. Leegte betekent stilte, uit stilte komt beweging, en met beweging komt welslagen. Stil zijn wil zeggen: niets doen, en door het nietsdoen voltooien zij die met opdrachten belast zijn al hun taken.”