Tobben willen ze, blijven voorttobben.

De Oostzijdse Molen bij ondergaande zon aan het Gein.  Door Piet Mondriaan

De Oostzijdse Molen bij ondergaande zon aan het Gein. Door Piet Mondriaan

“Ieder jaar is 365 dagen, tien jaar is 3650 zonnen. Iedere dag is 24 uur, en ieder uur gaat er meer door de hoofden van al die tobbende menschen dan je in duizende boeken zou kunnen opschrijven.” spreekt Nescio ons toe uit een ver verleden. Het tobben heet tegenwoordig denken, maar we zijn nog even enthousiast als toen. ‘Verslaafd aan denken’ noemt Jan Geurtz het tobbende fenomeen. “Als ik … dan…” en we draaien weer minutenlang negatieve gedachtespinsels af over hoe we zelf en de wereld ten onder zullen gaan. Het tobben roept meer tobben op. Het bloeit en groeit en versnelt onze ademhaling. Voor we er erg in hebben, is al ons denken betrokken op wat er kan misgaan.

“Dood zijn die tobbers gegaan bij honderden en honderden millioenen.” laat Nescio ons opgelucht weten.  “Wie kent ze nog? En hoeveel zullen er sterven na dezen? Ze tobben maar, tot God ze wegraapt. En je zou denken: God zou ze een lol doen als i ze plotseling te grazen nam. Maar God weet beter dan jij of ik. Tobben willen ze, blijven voorttobben. En onderwijl gaat de zon op en onder, de rivier daar stroomt naar 't Westen en blijft stroomen tot daar ook een eind aan komt.”